Digidemma

Nog zo’n dingetje: 1 keer in ’t jaar komt opa of oma en soms komen ze samen, langs en of ik dan maar eventjes zo goed ben om de inkomstenbelastingformulieren in te vullen. Dat wil ik wel maar ik ben geen administratiekantoor en eigenlijk mag ik het niet eens doen. Iets met geheimhouden van digid. Wel grappig dat ‘k zelf in eerste instantie een digid voor schone ouders aanvroeg, jaren geleden. Maar goed, oma komt dan met haar schriftje waarin ze precies de digid’s uitschreef en zo kan ik voor de belastingdienst net doen alsof ‘k oma en opa tegelijk ben šŸ˜Ž

Vanavond pleegde ik dus weer eens fraude, ik controleerde en accordeerde de digitale aangiften van opa en oma; tot mijn verdediging kan ‘k aanvoeren dat de frauduleuze handelingen met toestemming van de eigenaren van de identiteiten was.

Belastingdienst, leuker kunnen ze het niet maken, wel steeds meer digitaal, tot wanhoop van sommigen, waaronder mijn schone oudjes.

Verjaardag

Vandaag vier ‘k de dag dat ik 33 jaar geleden voor het eerst moeder werd van een dochter. En hoewel ik normaal gesproken altijd de eerste ben om te roepen dat ik er niets aan deed dat er een gezinslid jarig is en dat men mij niet hoeft te feliciteren met de verjaardag van man of kinderen, de dag dat ik mezelf moeder kon noemen is gedenkwaardig.

Vandaag is dochter jarig en ik vier een beetje m’n eigen ‘feestje’.

De tik!

Op gevaar af dat u mij nu een kindermishandelaar noemt: ik ben niet tegen de opvoedkundige tik. Sterker nog, wat mij betreft mogen onze dienders gerust weer eens de gummiknuppel gebruiken. Het gaat dan om Ć©Ć©n tik, ik heb het niet over een heus pak rammel, dat het afgetuigde kind wekenlang op een zwembandje moet zitten om de billetjes te ontzien.

Soms kunnen, vooral kinderen, u zodanig het bloed vanonder de nagels treiteren, dat een pedagogisch verantwoorde preek schier onmogelijk lijkt. U kent het vast, dagelijks gaat het bord groente over de vloer omdat uw peuter ze niet blieft en u heeft er ook al wekenlang telkens iets opvoedkundigs over gezegd maar uw bloedje vertikt ’t behalve de drie P’s iets te eten. U heeft de preek, dat uw kleuter niet met het water uit het toilet mag spelen nu al ontelbare malen afgestoken, u gaf ze zelfs een teiltje water om mee te spelen en uw ettertje loopt u nog immer te sarren. De toiletpot is interessanter. In dergelijke gevallen pleit ik voor Ć©Ć©n ferme tik op de billen.

Wat denkt u, moet de opvoedkundige tik kunnen, of niet. De quiz op RTV-noord was in ieder geval duidelijk in het voordeel van de tik, 81 om 19 %.

Uitverkoop quality time

Zo, net terug van een avondje winkelen in Assen. Het was al weer wat geleden dat ‘k met ’t wicht een moeder-dochter-vriendinnenavond had.

We lijken op elkaar, ’t wicht heeft mijn genen als ’t gaat om kleding kopen en dat kunnen we dus prima samen doen. We zeggen mekaar waar ’t op staat en we praten elkaar niets aan.

Vanavond hadden we mazzel, beide thuiskomend met 2 broeken, ieder een jasje, allebei een shirt en ook alle twee een bundel sokken. Geen gek resultaat, 10 verschillende stukken voor ā‚¬110, iets met einde uitverkoop ofzo!

Je kan maar boffen! Allebei waren en zijn we blij met de aankopen en het avondje met z’n tweeĆ«n.

Huishoudhulp

‘Pap, ik lees dat er een hittegolf dreigt aan te komen, wil jij bij mij thuis roosters, zonwering en ramen potdicht doen?’

Tja omdat ’t wicht zelf op vakantie is ben je als ouder wel verplicht om aan zo’n dwingend verzoek per appje gehoor te geven, we zijn niet te goed om dat te doen en daarom fietsten we vanmiddag langs d’r woning en deden zoals verzocht.

De woning van ’t wicht is zodanig goed geĆÆsoleerd dat de warmte heel goed naar binnen kan en daar dan ook blijft hangen. En, eerlijk is eerlijk slapen bij een binnentemperatuur van 26 graden is niet echt een pretje. Vooral niet als je a.s. donderdag na een vakantie waarin je ook niet al te best kon slapen vanwege middernachtzon, ze zit in Lapland, terugkomt.

Zo waren we vandaag hulpje van dochter!

Lastig

Ik heb het empathisch vermogen van een straatklinker, ik kan heel slecht tegen gezeur en ik benoem al heel gauw iets als gezever, ja dat dus: nul komma nul empathie en al helemaal niet als mijn inlevingsvermogen op de proef wordt gesteld.

Kinderen die builen vallen mogen heus huilen maar niet urenlang daar heb ‘k een broertje dood aan. Als de Knieperjeugd in het verleden soms brullend thuiskwam, was ’t eerste wat ‘k zei: Nou, hou op te janken, zo kan ik niet verstaan wat je zegt en dus weet ‘k niet wat er scheelt.
Af en toe stonden ze dan al hikhuilend hun best te doen om niet huilend te vertellen dat ze een gat in de nieuwe broek waren gevallen of dat alweer een jas kwijt was ( en vooral zoon overkwam dat regelmatig )

Achteraf gezien zielig voor zulke ukkies, een moeder te hebben die wel een kus deed op de zere plek, wel de snottebel wegveegde, wel een pleister plakte maar ze niet de kans gaf door te blijven jammeren.
Deden ze dat wel dan volgde steevast de vraag: “Moet ik je een reden geven om te huilen?”

Het was moeilijk opgroeien, ten Knieperhuis!

Alles is relatief

Alles is relatief, het was, geloof ik, een groot denker die dat ooit eens zei maar het kan evengoed door mij zijn verzonnen šŸ˜‰

Toen opa zo ongeveer 40 was, vond ie het leven zoals het ging prima, hij hoefde geen 70 te worden. Op z’n 55ste, ongeveer, werd ie al rijdend in z’n auto getroffen door een hartstilstand waarbij een verpleegkundige van de hartbewaking die toevallig achter hem reed, doeltreffend aanpakte en opa weer teruggehaalde.
De man was blij dat ie er het levend af had gebracht en na operatief een aantal omleidingen te hebben gekregen, kon ie nog jaren verder.
Op z’n 68ste, (let op: vlak voor het 70ste levensjaar) vond z’n hart opnieuw dat het wel klaar was. Opa nog niet, ook al dacht ie er toen hij 40 werd heel anders over. Opa hoopte dat ie met een pacemaker nog zeker weer 13 jaar verder kon. Zie: alles is relatief.

En alles is wel zo relatief dat ie nu (79 jaar oud en van de week opgenomen in het ziekenhuis met, alweer, hartklachten zij het van een ander soort) op de vraag of er, indien nodig wel of niet gereanimeerd moest worden, van harte antwoordde: Ja, ik wil graag 100 worden!