Alweer een prachtige dag

Halverwege oktober dacht ik niet dat we nog iets zouden zien van een Indian Summer, in goed nederlands een oudewijvenherfst. Dat was heel verkeerd gedacht, de laatste twee weekenden hebben we genoten van prachtige in herfstkleuren getooide bossen.

En vandaag was ondanks de kou weer een prachtige dag om aan de wandel te gaan, dat deden we dan ook. Deze keer wandelden we over het landgoed Rheebruggen (eventjes de site doorzoeken naar Rheebruggen) het was een korte, net 3,5 km, wandeling maar zo de moeite waard!

Het gele monster

Ook geel maar met driekante mop en een stuk goedkoper is mijn stoomdweilapparaat. Ik blogde er al eens over.

305

Het ding op het plaatje is er eentje van K…..r, de mijne haalde ik ooit bij Liedl. Dat was een goedkopere optie. Destijds merkte ik dat dweilen een k..klus was waarmee ‘k rug en schouders naar de gallemiezen hielp. Dat de rug al enigszins versleten was hielp niet mee, natuurlijk.

Enfin, ik wilde toch wel af en toe de keet dweilen, niet als een dweil door tent lopen, en toen er heel toevallig nadat ik weer eens verrotte pijn had een aanbieding langs kwam, bedacht ik dat zo’n apparaat me vast een boel pijnlijke dweilsessies zou kunnen besparen en dat is in de loop der jaren ook gebleken.

De meeste smerigheid op de vloer wordt weggepoetst met stoom en kokend water, mochten er een paar hardnekkige vlekken zijn dan is een spuitje Dasty genoeg. Het enige nadeel? De langere droogtijd van de vloer maar om daarom nu ook nog vloerverwarming aan te leggen is misschien een beetje overdreven.

Herfstige appeltaart

’t Was al weer maanden geleden dat ‘k voor ’t laatst boodschappen deed over de grens, inmiddels waren de toen ingeslagen voorraden behoorlijk opgebruikt en dus vonden dochter en ik het eind oktober de hoogste tijd voor een ritje Bunde (net over de grens bij Bad Nieuweschans). Voor de mensen die vanuit Nederland naar Bunde rijden, achterin in ’t durp zit een soort winkel van sinkel waar ze echt vanalles verkopen, van aardappelen tot fietswielen en van sokkenwol tot amandelmeel. Daar wilde ‘k vandaag dan ook even m’n geluk beproeven, ’t amandelmeel was opgegaan in de laatste koek die ‘k van de week maakte.

Bij de ingang of uitgang, zo u wilt, stond een duitse fruitteler met z’n appels en peren, ‘k mocht zelf kiezen wat ‘k in de tas deed en per, plastic dat wel, tas betaalde je € 4,00, ook al niet duur, thuisgekomen bleek dat ‘k ruim 5 kilo fruit had. En een deel van dat fruit is verwerkt in de  appeltaart.

Daar was ’t ook precies weer voor, bij vlagen grijs en grauw, dan zit er maar één ding op en dat is een appeltaart te maken.

Alleen de geur al….. mjammie!

Dus ‘k maakte met 300 gram meel en 200 gram boter het basisdeeg voor de appeltaart. Dit deeg verfijnde ‘k met de rasp van een citroen, een ei en een scheut agavesiroop. Niet meer niet minder. Daarna zette ‘k het deeg een halfuurtje in de koelkast terwijl ‘k wel een kilo appels schilde en in partjes sneed. Kneep er een halve citroen over en mengde er een eetlepel kaneel door.
Daarna rolde ‘k de helft van het deeg uit tot een lap die in de springvorm paste, de andere helft van het deeg rolde ‘k ook uit en bekleedde daarmee de zijkanten van de springvorm. ‘k Kieperde het appelmengsel in de vorm strooide er nog wat amandelen en rozijnen over. Er was nog een restje deeg over en daarvan sneed ‘k reepjes en deze verdeelde ‘k over de taart. Omdat het deeg al behoorlijk zoet van smaak was deed ‘k alleen de reepjes even met een beetje melk bestrijken om ze iets mooier te laten glanzen. Intussen had ‘k de heteluchtoven voorverwarmd op 160 graden en toen ging de taart de oven in. Een uurtje moet genoeg zijn.

’n Appeltaart hoort bij de herfst, vin ‘k.

 

‘Eten koken maken’ terwijl u niet thuis bent

Ja, ik weet dat bovenstaande term niet klopt maar wij gebruiken deze uitspraak sinds dochter hiermee begon toen ze ongeveer anderhalf jaar was. Zij brabbelde toen nog dat ik ‘eten koken maakte’ als ik stond te koken.

En nu doet de slowcooker het ‘eten koken maken’ als ‘k niet thuis ben. Ik gebruik het apparaat heel graag en ook voor heel diverse gerechten. Bovendien is het apparaat in gebruik goedkoper dan een oven om over gas maar niet te spreken. Hieronder een paar recepten die ik geregeld maak in de crockpot, iets voor u?

Voor draadjesvlees: vlees aanbakken zoals u gewend bent in een koekenpan of braadpan, het gebraden vlees overdoen in de slowcooker, voldoende vocht, kokend water, wijn of bouillon, eronder geven,  en stoven maar. 5 tot 6 uur op stand 1.

Voor pulled pork:
1 kg procureur
150 ml bouillon (eigengemaakt of van bouillonblokje)
75 ml witte wijnazijn
2 theelepels (gerookte) paprikapoeder
2 uien, in grove stukken gesneden
4 tenen knoflook, grof gehakt
200 ml barbeque saus of chilisaus
2 eetlepels agavesiroop
1 eetlepel mosterd
2 theelepels gedroogde tijm
1 eetlepel olijfolie
1 theelepel cayennepeper, naar smaak
zout, naar smaak
Meng alle ingrediënten, behalve het vlees, in de crockpot en leg het vlees erboven op. Wentel het door het mengsel heen, doe de deksel op de pan en zet hem op High.
Vervolgens wacht je een uurtje of 5 à 6. Check af en toe en draai het vlees even om. Als het vlees klaar is en bijna uit elkaar valt haalt u het uit de pan en doet u het in een grote schaal. Daar trekt u met 2 vorken het vlees uit elkaar zodat het ‘draadjesvlees’ wordt.

 

Gekookte aardappelen: zie het recept van afgelopen week

Bietjes: ik koop het liefst geen voorverpakte rode biet, iets met plastic verpakking, u begrijpt me wel. Maar die rauwe biet moet wel eerst gekookt voor er ook maar iets mee kan, dat koken gaat in de slowcooker prima. U wast de bietjes, inclusief kop en kontje en doet ze in de slowcooker, naar keuze warm of koud water erbij tot ze onder staan, de crockpot inschakelen op 2 en de in bietjes ongeveer 5 uur gaar koken. Na het schillen zijn de bietjes klaar voor verder gebruik.

Het enige ingrediënt waarvan ik tot nu toe geen fan ben om in de slowcooker te gebruiken is paprika, bij het garen van de paprika verliest die zoveel vocht dat alle gerechten waarin paprika verwerkt wordt al gauw op soep gaan lijken. En natuurlijk kan u iedere soep in de slowcooker maken maar als gewoon goulash wilt eten dan wilt u toch geen goulashsoep?

Jawel de slowcooker, ik ben fan!

 

Halve maatregelen

100 kilometer op de snelweg!

De naam snelweg zou ‘k schrappen uit de theorieboekjes van het CBR.

Hoewel ik graag (te) hard rijd, vind ik het wel een goede keuze. Ik snap alleen niet waarom er tussen 7 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends wel sneller gereden zou mogen worden. Kan stikstof in het donker niet neerslaan?

Toch jammer, dit lijkt weer zo’n coalitie-oplossing zoals alleen in Nederland mogelijk is.

Veiliger pinnen

Van de week las ik ergens over ‘sprekende’ pinautomaten, speciaal voor blinden en slechtzienden en mijn eerste gedachte was: Da’s verrot onveilig, zeker als iemand bij zo’n sprekende ATM op straat probeert te pinnen. De blinde of slechtziende is dan dubbel gehandicapt omdat z/hij niet om zich heen kan zien wie er meeluistert tijdens de pintransactie.

Na het gehele artikel te hebben gelezen, moest ik m’n eerdere zienswijze iets bijstellen. Het blijkt namelijk dat de automaat beschikt over een ingang voor een koptelefoon of oortje waarna de klant met behulp van spraak door het menu geleid wordt.

Ow, zit dat zo.

Dat verandert de zaak. Op deze manier kan pinnen voor blinden en slechtzienden een beetje gemakkelijker en veiliger worden.

Trapje verlicht

Tussen de achterdeur en het tuinhek zo’n 11 meter zit een verloop van bijna 70 centimeter, da’s best veel.

Bij het opknappen van de tuin, nu alweer 3 jaren geleden is een groot deel van de tuin opgehoogd en het ‘verval’ hebben we opgevangen middels een tweetreeds trapje.

Omdat we valgevaar voorzagen, want beiden toch iets meer op leeftijd, zetten we een paar lampjes, op zonne-energie, bij het trapje. Tijdens de zomers ging dat prima maar nu de zon meer en meer verstek laat gaan, laat de verlichting van die lampjes te wensen over. Daar moest iets veranderen, we willen toch geen botten breken in de eigen tuin.

Vandaag heeft de man daarom een ledlampje, gericht op het trapje, aan de schuur bevestigd. Nog een tijdschakelaar er tussen, we hoeven immers ’s nachts geen inbrekers te faciliteren, en wij kunnen zien waar we lopen.