’n Lastig parket

Per persoon gooien we jaarlijks ruim 40 kilo aan voedsel weg.

Dat is niet alleen wat u thuis weggooit omdat het pak yoghurt te zuur werd of de appel die, op de fruitschaal liggend, van binnen werd opgevroten door een paar wormen. Dat zijn ook de ontbijtjes die in de hotels overblijven en de komkommers die niet in het plastiekje passen omdat ze al te kromgegroeid waren. En wat te denken van de voorgesneden kaas en ham die in de supermarkten op hun houdbaarheidsdatum liggen te wachten.

Om al deze voedselverspilling tegen te gaan werden al diverse initiatieven opgezet en twee heel goede initiatieven om voedselverspilling tegen te gaan, blijken mekaar nu te bijten.

Veel van de artikelen die hun uiterste verkoopdatum naderen, vonden de laatste jaren gretig aftrek van de diverse voedselbanken. De groninger voedselbank alleen al haalt jaarlijks 8500 ton aan voedsel op bij de diverse supermarkten.

En precies die voedselbank klaagde van de week dat zij minder voedsel kon ophalen en dus ‘het ontbijtje voor alle kinderen’ moesten inperken tot ‘ontbijt voor alleen basisschoolleerlingen’ als gevolg van de app: toogoodtogo of soortgelijke initiatieven waardoor supermarkten hun restanten voor een, voor de klant, heel zacht prijsje van de hand doen.

’t Kan verkeren

Advertenties

Op de markt is uw gulden….

Op de markt is uw gulden een daalder waard, dat was ooit de slogan om mensen, lees klanten, naar een markt te lokken maar wie weet er nu nog wat precies een daalder was.

Een rijksdaalder maar vooral een gulden, die herinneren de meesten van ons zich nog wel? Al was ’t alleen vanwege nostalgia. Maar die daalder die was anderhalve gulden of ook wel 30 stuivers en het schijnt dat er ver voor mijn tijd ook daalders als in munten van +/- 1,50 gulden bestonden.

Indachtig de slogan, gingen we vanmiddag op de markt op zoek naar een nieuwe broekriem voor de man. Guldens en daalders werden er niet meer geaccepteerd maar een nieuwe riem vonden we. Gelukkig wel, voor de rest was de markt zelf gedevalueerd van een daalder naar een gulden, de vijf of zes kramen die ‘k zag mochten gezamenlijk de naam markt nauwelijks dragen.

Jammer!

Weggooi-modus

’t Zal een jaar of vijftien geleden zijn dat ik dacht niet meer zonder te kunnen en dus kwam het ding er destijds en ongeveer 3 jaar later weer een nieuwe ter vervanging vanwege niet chique-modern-strak, you name it, genoeg.
En vorige week stond hetzelfde ding me aan te gappen en ik besloot ter plekke dat ie weg mocht. ’s Ochtends, net uit bed en nog voor het eerste bakkie pleur, je zal er maar last van hebben, h├Ę?

Voor u denkt wat bazelt ze nu weer: het draaide om een messenblok! Ineens vond ik de ruimte die dat geval op ’t aanrecht innam teveel en mocht ie weg. Het blok belandde in de kliko en de messen zijn in de besteklade terechtgekomen maar niet nadat ik ze een stevige schrobbeurt gaf.

Want wat worden messen maar ook andere spullen die op het aanrecht staan, pekkig. Ik hanteerde de schuurspons over pannenrek, waterkoker, koffiemachine, 3 koffiebussen jawel drie stuks, keukenmachine en theedoos.
Ow ja en toen ook nog maar even het aanrechtblad zelf, het zag er allemaal even morsig uit en ik was toch bezig.

En al zeg ‘k het zelf: gezien de hoeveelheid spullen die ‘k net noemde en die allemaal een plekje op het aanrecht hebben, kon het messenblok best gemist worden ­čśë

Wassen of douchen

Ik ben van het wassen aan de wastafel en dat heeft zijn oorsprong in het verleden .

Tot ik 7 jaar was, hadden wij thuis geen douche; we gingen eens in de week in de tobbe en de rest van de week was het kliederen bij de keukenkraan geblazen (ook een heuse wastafel was in de oude boerderij van mijn ouders niet aanwezig, nooit geweest ook).┬á Vaak gingen mijn zusje en ik samen in ├ę├ęn tobbe maar als we na elkaar werden gebadderd werd er w├ęl fris water gebruikt. Mijn moeder hield er niet van dat wij, zoals zijzelf een generatie eerder, na elkaar in de tobbe gingen, dat was voor haar not done. (Mams had een vooruitstrevende vader, zij mocht in de jaren vijftig doorleren en ze was naar de huishoudschool geweest waar ze in tegenstelling tot het geleerde bij oma thuis, allerlei nieuw-moodse idee├źn opdeed over hygi├źne)

Vanaf dat bij ons thuis een douche ge├»nstalleerd werd, en stelt u zich daar niks van voor, het was gewoon een douchekop achter een gordijn in de bijkeuken, o ja er was ook iets bij van een afvoer rechtstreeks naar een sloot naast de boerderij dus ’s winters bleef het douchen een kleumende bezigheid, konden we dagelijks douchen. Ik gaf het al aan; vooral ’s winters was het afzien onder de douche.

Daar komt het waarschijnlijk ook vandaan dat ik me nog steeds net zo gemakkelijk aan de wastafel poedel dan onder de douche te gaan. Vier van de vijf keer, was ‘k me gewoon bij de wastafel en zelfs het gebruik van koud water, vind ik fijner dan het wassen met warm water. Dat geldt trouwens niet als ‘k wel ga douchen, dan moet het water lekker warm, iets te warm zelfs zijn en ’t liefst sta ‘k onder een stortdouche.

En ondanks dat het zo gezond schijnt te zijn en goed voor de bloedsomloop, aan het eind van de douchebeurt spoelen met koud water zal ik nooit gaan doen, brr!

 

Kleingeld, te gewichtig

Sinds ‘k als penningmeester voor het wijkcentrum optreed, kreeg ‘k ermee te maken! De enorme hoeveelheid kleingeld die nog de rondte doet. Nu kunnen we natuurlijk alles per pin laten betalen in het centrum maar dat kost duur joh, qua geld enzo! (seurry, moest even).
Pinnen voor dergelijke bedragen is onbetaalbaar. Met een pinapparaatje zoals in het wijkcentrum betalen we geen abonnementskosten maar per betaling een percentage van 1.75%. Ga dat voor de grap eens doorrekenen voor 3 wijntjes, 6 koekjes en 2 thee. Daarom betalen de meeste mensen contant en dus mag ik eens in de zoveel tijd het kleingeld naar de bank brengen. Dat moet wel dezelfde bank zijn waar ook de rekening van het centrum loopt anders kan ik nog niet afstorten.

Maar dan: hoewel we in de stad meerdere vestigingen van die oranje bankenreus hebben, staat niet bij iedere vestiging zo’n telapparaat waar per klant per keer maximaal 5 kilo aan muntgeld gedeponeerd kan worden. En 4 apparaten in de hele stad moet voldoende zijn volgens deze bank.

Exact 5 kilo aan muntgeld uitrekenen is een hele toer daarom heb ik 3 glazen potjes met een inhoud van 0.3 liter die, als ze afgevuld zijn met muntgeld samen ongeveer 4.75 kilo wegen. U ziet, ik heb er studie van gemaakt ­čśë
Proberen op de zaterdagochtend om een uurtje of twaalf dat geld te storten gaat meestal mis, de machine slaat op tilt omdat er voor dat tijdstip al meer klanten met ieder het maximum aan muntgeld zijn geweest en dat is voor ’t apparaat gauw teveel muntgeld. Ik verdenk die apparaten van een begrenzer van 50 kilo, dan zit ie tjokvol.

Bellen met de vestiging of het apparaat nog geld aanneemt lukt ook niet, een 0900 nummer schermt alle mogelijke communicatie met een medewerker ter plekke, heel goed af.

En zo probeer ik ongeveer twee keer per maand, op goed geluk dat kleingeld kwijt te raken, waarbij ik met een beetje mazzel, ├ę├ęn op twee loop. Misschien moet ik het eens, in plaats van in de even weken, proberen op de zaterdagen in de oneven weken.

 

 

 

 

 

 

’t Weer

Nee dit wordt geen blogpost over het weer in die zin maar over ’t weer als in schimmels.

De weersomstandigheden deze zomer zorgen namelijk voor ’t weer in shirtjes, handdoeken of lakens die gebroederlijk, nat en droog door elkaar, in de wasmand belanden om pas gesorteerd te worden voor ’t spul in de wasmachine gaat.

En dat weer, of spocht, zoals ’t ook genoemd wordt, veroorzaakt blijvende vlekken op uw goeie goed. Een oplossing is uw kledderige was eerst te drogen hangen.

Dat voelt wel heel errug tegennatuurlijk om gebruikte handdoeken of vaatdoekjes niet in de wasmand te deponeren maar eerst op te hangen om te drogen, het is wel de enige voorzorgsmaatregel

En geloof me, door scha en schande wijs geworden, ik heb al tenminste 2 shirts bedorven, gewoon omdat ‘k niet dacht dat temperaturen overdag van ongeveer 18 graden, broeierig genoeg zouden zijn om schimmels te kweken, zal ik weer­čśÄ beter opletten.

’n Mooi stukje Groningen!

De graanschuur is verworden tot gasbel. De afstand randstad-Groningen is verder dan andersom en door de politiek wordt geen haast gemaakt om het wingewest als volwaardig gebied te zien.
Toch h├Ę: we hoeven ’t hier niet, zo’n tweederangs vakantievluchtenluchthaven van gebakken lucht, ook geen hogesnelheidslijn waarmee men wel naar de randstad kan maar na een concert in Ahoy niet terugkomt in Groningen, treinmachinisten een rondje om de kerk in te plannen gaat nog maar van Rotterdam naar Groningen da’s een verrot eind en dus lastig.

Maarruh:

We hoeven niet al die ‘verworvenheden’ van de randstad, we hebben hier van eigens prachtige plekjes:

Ik had bij ’t langs fietsen wel eens de naam Roegwold gezien en precies vanwege het woord zelf, dacht ik aan een gecultiveerd natuurlandschap met ruige bossen.

Een behoorlijk stuk, deels, onder water gezet land had ik me daarbij niet voorgesteld, toch was dat precies wat het was. De cynicus in mij roept nu: bodemdaling door gaswinning maar het is wel een heel bijzonder stukje Groningen geworden.
Het zogenoemde knuppelpad, een loopbrug van ongeveer 750 meter, te smal om met twee naast mekaar te lopen, voert de wandelaar dwars door ’t waterrijke gebied.

Mocht u de afstand randstad-Groningen niet te ver vinden dan is dit een heuse aanrader!